De kruidentuin: van bodem tot kopje thee
Naast de groentebedden heeft ook de kruidentuin het afgelopen jaar een flinke vernieuwing doorgemaakt. De afgelopen jaren stonden de kruiden keurig in rijen, maar in de praktijk bleek de zware kleigrond met natte winters een uitdaging voor veel mediterrane soorten. Veel planten, zoals tijm en lavendel, kwamen met moeite de winter door of startten het groeiseizoen met een flinke achterstand. Bovendien zorgde de hoge grasdruk voor veel extra onderhoud. In het voorjaar van 2025 hebben we daarom het roer omgegooid en het kruidenvak opnieuw ingericht.
Om de waterafvoer te verbeteren, zijn er verhogingen aangelegd met oude sierstenen en is de kleigrond op verschillende plekken gemengd met scherp zand. Zo is een meer lemige bodem ontstaan, die beter water doorlaat en in de winter minder nat blijft. Zonneaanbidders als tijm, oregano, lavendel, salie en dragon staan daardoor veel droger en hebben betere overlevingskansen. Door het vak heen loopt nu een diagonaal houtsnipperpad, zodat je letterlijk tussen de kruiden door kunt wandelen en alles van dichtbij kunt bekijken.
Het assortiment in de kruidentuin is flink uitgebreid. Naast vertrouwde soorten als rozemarijn en dille groeien er nu ook dragon, laurier en de indrukwekkende kardoen en artisjok. Strikt genomen zijn die laatste twee groenten, maar ze vormen tegelijk prachtige blikvangers in het kruidenvak. Daarnaast is er een apart deel ingericht voor vaste planten die dienen als basis voor theemelanges, zoals venkel, zonnehoed, dropplant en fuchsia, waarvan de eetbare bloemen ook nog eens heerlijk zijn in salades. Zo combineren we smaak, gezondheid en biodiversiteit in één vak.
Met de opening van de ontmoetingsruimte is een langgekoesterde wens in vervulling gegaan: thee van eigen erf schenken. Daarvoor volgen we twee sporen. Voor verse thee oogsten we direct uit de tuin, bijvoorbeeld verschillende soorten munt en verveine. Voor gedroogde thee hebben we een apart vak ingezaaid met dille, boekweit, korenbloem, goudsbloem en kamille, aangevuld met andere bloemen en zaden die zich goed laten drogen. Bij de poel is bovendien zo’n vijftien meter moerasspirea aangeplant; we houden komende tijd goed in de gaten hoe deze zich ontwikkelt, zodat de bladeren en bloemen volgend jaar in onze theemengsels gebruikt kunnen worden.
De ervaringen van het afgelopen jaar nemen we mee naar 2026. Een van de successen was het gebruik van wilde aardbeien als bodembedekker in het kruidenvak. Zij houden de onkruiddruk verrassend goed in toom en zorgen tegelijkertijd voor een vrolijke en eetbare onderlaag. In het nieuwe seizoen willen we deze bodembedekker verder uitbreiden over het hele vak en de lege plekken opvullen met extra soorten kruiden en bloemen. Om bezoekers én vrijwilligers te helpen bij het herkennen van de — soms best onbekende — planten, plaatsen we bordjes van hergebruikte leitjes, beschreven met watervaste krijtstift. Tot slot verhuizen de planten voor de verse thee, zoals munt, bergamot, dropplant en verveine, naar de rand van het vak. Zo zijn ze vanuit de ontmoetingsruimte makkelijk te bereiken en is de stap van tuin naar kopje thee nog kleiner.